
Klik hier voor een groot aantal pagina's uit het levensverhaal van Jo Venema
Jo Venema is onze vader en opa. Hij is de laatste uit zijn ouderlijk gezin die ons nog kan vertellen en uitleggen hoe het er vroeger aan toe ging en wie de mensen zijn op de vele oude foto’s die hij nog in zijn bezit heeft.
Omdat we het leuk vinden zijn verleden en zijn levensloop voor ons en zijn kleinkinderen te bewaren, hebben we samen met hem een uniek boek samengesteld. We hebben veel plezier beleefd aan het opdiepen van vroegere belevenissen en het elkaar aanvullen met ‘vergeten’ details.
Jonge jaren
Johannes Venema werd geboren op dinsdag 28 april 1931, als vijfde kind van Fennechien van Klinken en Jan Venema. Zijn wieg stond aan de Tramwijk 164 in Nieuw Weerdinge.
Als baby huilde Jo veel. Klanten in de winkel van zijn ouders vroegen zijn moeder regelmatig of Jo wel genoeg te eten kreeg.

Ouderlijk nest
Jo is geboren in een streng gereformeerd gezin. Zijn vader was ouderling in de kerk en dirigent van het zangkoor. Zijn broers en zijn zus zongen daar allemaal, maar Jo mocht niet meezingen. Volgens zijn vader zong hij altijd van die 'roare laidjes'.
Als kind heeft Jo zijn ouders als oud, maar ook als lief ervaren. Schaatsen op zondag was verboden, op die dag mocht hij uitsluitend naar de kerk. Jo ging naar de School met den Bijbel, waar zijn vader in het schoolbestuur zat. Dat gereformeerd zijn botste nogal eens met Jo’s levensstijl.

De oorlog
Jo was net negen jaar geworden toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. In de schuur waar zijn vaders T-Ford stond, was een dubbele wand gemaakt van opgestapeld turf. Daarachter zaten Jo’s broer Geert en een vriend ondergedoken. ’s Avonds plakte het hele gezin de distributiebonnen die door de klanten waren ingeleverd, op formulieren. Nadat de formulieren door Jo en broer Jan waren gecontroleerd, leverde vader Venema ze in op het distributiekantoor in Emmen.
In Noordveen, bij de boerderij van de familie Tjeerdsma, stond een schuur met een bord waarop stond: Nur fur kranke Pferde. De paarden werden verzorgd door krijgsgevangenen uit Mongolië. Jo en zijn vriendjes namen hier regelmatig een kijkje.
Aan het eind van de oorlog stond Jo met andere kinderen toe te kijken hoe de Duitse militairen springstof aanbrachten onder de brug tussen de Tramwijk en het Weerdingerkanaal. De brug is 10 april 1945 opgeblazen. De familie werd met andere omwonenden geëvacueerd naar een school in het nabijgelegen Siepelveen, om daar de nacht door te brengen. De Canadezen en Polen kwamen om Nieuw-Weerdinge te bevrijden. Om aan eten te komen gooiden ze handgranaten in het kanaal waardoor de vissen vanzelf boven kwamen drijven.
In 1947 verhuisde de familie Venema naar de Wilhelminastraat in Emmen waar de vader van Jo een Sigarenmagazijn begon, welke later werd overgenomen door Jo’s broer Geert.
In de klas
Jo Venema bezocht in de jaren dertig de School met den Bijbel in Nieuw-Weerdinge. Hoofd van de school was meester Meijer. Jo was goed in aardrijkskunde en geschiedenis, maar niet in hoofdrekenen.
Met zijn vriendjes en buurtkinderen heeft hij veel beleefd. Appels stelen bijvoorbeeld. Thuis hingen ze ook wel aan de boom, maar appels plukken en verstoppen in je pofbroek was veel spannender.
Jo had nooit zwemles gehad. Zijn buurjongen wel. Ze deden een wedstrijd wie het snelst de Wieke over kon zwemmen. Jo zegt met hondjekrabben te hebben gewonnen...
In 1947 verhuisde de familie Venema naar Emmen. Jo ging daar nog een jaar naar de lagere school Wildvank aan de Kapelstraat, daarna ging hij naar de christelijke U.L.O. aan de Verlengde Spoorstraat in Emmen. Directeur was meneer Ten Cate. Jo’s vrienden waren Fre Huizing, Frits Jeuring en Jan Mulder. Na twee jaar wilde Jo niet meer naar school en ging werk zoeken.
Op zijn achttiende haalde Jo zijn rijbewijs. Dat werd per ongeluk bezorgd bij zijn broer Geert. Geert opende de envelop en deed er een briefje bij waarop stond: Als ik u een cijfer mag geven dan kreeg u een 10. Jo was apetrots. Later is hij er nog vaak mee geplaagd.
Jong in de jaren '50
Als Jo soms op donderdagavond met vrienden naar café Dekker (Jan de Graaf) in Emmen ging om te biljarten, speelde hij vaak op de piano voor marktkooplui die daar de nacht doorbrachten. Jo had dan vrij drinken. En dat mocht natuurlijk niet. De vader van zijn vriend Fré dreigde alles aan Jo’s vader te vertellen, maar Jo’s zus Lummie nam het voor hem op en maakte zijn ouders wijs dat het geen café maar een koffiehuis was.
In 1951 moest Jo in militaire dienst. Lichting 51-2. Daar haalde hij zijn vrachtwagenrijbewijs.
Na zijn diensttijd ging Jo werken bij de Danlon fabriek in Emmen. Op 21 Februari 1956 trouwden Goos en Jo in Emmen. Ze gingen boven de winkel van Jo's broer Geert, in het huis van zijn ouders aan de Wilhelminastraat wonen. Op 7 februari 1957 werd daar hun eerste kind geboren: Inge. Daarna verhuisde de familie naar een flat aan de Warmeerweg 180 in Emmermeer, waar op 9 juli 1959 Hans werd geboren. Niet veel later verhuisde het gezin Venema naar een eengezinswoning aan de Warmeerweg 117. Het was een drukke tijd. Jo werkte in drie ploegen op de Danlon en Goos had werkhuizen waar ze schoonmaakwerkzaamheden verrichte.
In februari 1953, tijdens de watersnoodramp in Zeeland, voorzag Jo militairen die daar hulp boden en in boerderijen bivakkeerden van voedsel. Dat was gevaarlijk, want de wegen waren door het water overspoeld en niet meer zichtbaar.
Aan het werk
Jo’s eerste baan was op een accountantskantoor waar zijn broer Geert ook werkte. De baan was van korte duur, want het werk lag hem niet. Jo zocht een andere baan en ging aan het werk als monteur bij garage Piet Soer in Emmen, daarna werkte hij voor garage Mulder.
In 1953 vestigde de Danlonfabriek zich in Emmen. Jo solliciteerde op aanraden van Fré Huizing en werd als 29e werknemer aangenomen als breier. Bij de Danlon werden nylonkousen gemaakt. Later werden er panty’s geproduceerd. Panty P werd heel bekend.
Jo moest twee rijen breimachines draaiende houden. Maar… op zondag 15 oktober 1967 brandde de Danlon tot de grond toe af. De fabriek werd herbouwd en Jo werd vrachtwagenchauffeur. Hij reed veel richting Volendam en Steenwijk. Als Hans en Inge schoolvakantie hadden, mochten ze met hem mee. Jo reed ook internationale ritten naar Polen, Oost Duitsland en Denemarken.
Na zo’n twintig jaar bij de Danlon te hebben gewerkt en een poosje in de bouw in Duitsland, ging Jo aan het werk bij de gemeente Emmen als assistent landmeter. Jo is landmeter gebleven tot zijn 65e.
Gezinsleven
Goos en Jo woonden met hun kinderen aan de Warmeerweg 117 in Emmermeer. De kinderen gingen naar kleuterschool de Telgenhof en vervolgens naar basisschool Elout van Soeterwoude.
‘s Zondags ging het gezin vaak met familie wandelen richting het hunebed in het Valtherbos of op visite bij familie. Er werd een Volkwagen kever aangeschaft; een bruine met een spijltje in de achterruit en een richtingaanwijzer die opzij uitsloeg. Alle reparaties en onderhoudsbeurten deed Jo zelf. Hij weet nog dat hij eens een slee aan de autobumper bond en met de kinderen op de slee een eindje ging rijden.
Er kwamen ook tijdelijk familieleden bij Jo en Goos inwonen. Door de week werd er hard gewerkt. Maar er werd thuis ook veel gezongen, Jo speelde dan op de piano en Goos op de gitaar. Met vrienden en familie werden regelmatig feestjes georganiseerd; er werd gedanst, gezongen en lol gemaakt.



