Klik op de tekst om het item te bekijken.
Uit noodzaak geboren
‘Het schrijven van mijn levensverhaal begon uit noodzaak,’ schrijft Hester Stafleu die mensen adviseert bij het schrijven van hun levensverhaal. ‘Mijn moeder werd dement en overleed na een intensief jaar waarin ik haar, voor mijn gevoel, onder de arm had meegesleept. Na haar overlijden zakte ik steeds dieper in het duister. Toen ik de bodem van de oceaan had bereikt, besloot ik het laatste jaar van mijn moeder op te schrijven. Soms een regel per dag, soms een bladzijde. Het ergste bewaarde ik voor het laatst. Bij elke zin vroeg ik me af: ben ik hier eerlijk over mijzelf? Elke overbodige zin schrapte ik. Het werd een document zoals ik er nooit meer een zal schrijven. Het verhaal werd een boekje dat ik uitdeelde aan familie en vrienden. Met angst en beven, mijn geraakte ziel lag zomaar op tafel. De reacties waren overweldigend: ik kreeg er tientallen levensverhalen voor terug. Tantes, nichtjes, vriendinnen en vrienden belden mij of schreven mij over gebeurtenissen in hun leven. Ieders leven bevatte een bijzonder verhaal, dat ik vaak helemaal niet kende.‘
Leven en verhaal vallen niet samen
Elk leven bevat een verhaal dat vraagt om verteld te worden. ‘Life is a story, in search of a narrator,’ schreef de filosoof Paul Ricoeur. Maar, waarschuwt hij, leven en verhaal vallen niet samen. Het leven wordt geleefd, verhalen worden verteld. Dat zijn twee verschillende dingen. Schrijven aan je levensverhaal is terug kijken naar je leven tot dan toe. Het is zin en betekenis aan ervaringen en gebeurtenissen, ordening aan brengen, een selectie maken en opnieuw ver-beeld-en.
Vlagen van herinneringen worden scripts
Er ligt altijd oneindig veel meer aan levenservaring in een mens opgeslagen dan wat er plaats krijgt in het levensverhaal. Het gesprek met wie wij nu zijn, de innerlijke dialoog, bepaalt wat op tekst komt en wat geruisloos verdwijnt in de vergetelheid. Ons lichaam als geheel is een enorm reservoir aan herinneringen en ‘scripts’ die op onverwachte momenten kunnen geactiveerd en opgeroepen worden door een band met gebeurtenissen, ervaringen, gevoelens, gewaarwordingen, geuren en kleuren van het nu-moment.
Een nieuwe identiteit
In hun levensverhaal doen mensen, impliciet of expliciet, verslag van hun identiteit-tot-dan-toe. Ze beschrijven wie ze zijn, maar ook wat ze denken over het leven en wat voor hen zin en betekenis geeft aan dat leven. Ze doen dat verhalenderwijs, niet door over het leven te gaan theoretiseren. Het levensverhaal bevat fragmenten van antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ en ‘wat is de zin van mijn bestaan?’. Het levensverhaal kan gaan over hoe je onderweg bent in het leven en welke richting je uit wil. Soms gaat het over de vraag in welk verband je thuis hoort of waarom een relatie zo belangrijk was en is voor jezelf. Nog anders kunnen er vragen voorkomen over je transcendente bestaan: wat doe ik met het leven waar ik erfgenaam en drager van ben? Altijd is de vraag die je stelt en waar je fragmenten van antwoord voor verzamelt in je levensverhaal, belangrijk voor je leven op dat moment. Vaak werpt het schrijven van je levenshaal een nieuw licht op iets of iemand in je leven, op je zelf tot dan toe. Soms is het een rode loper naar een nieuwe wending in je leven.
De andere dimensie van het levensverhaal
De mens is wel de auteur van zijn of haar levensverhaal, waarschuwt Paul Ricoeur, maar slechts in beperkte mate ook de auteur van zijn leven. Het leven is een geheim dat zich gaande weg ontvouwt. Soms laat dat geheim zich even zien, maar meestal onttrekt het zich aan onze ogen. De regels van ons levensverhaal kunnen helpen om tussen de regels van het leven te lezen. Langzaam komt ook een andere dimensie van het levensverhaal in zicht. Het gaat niet alleen om de zin die je aan je eigen leven geeft, door het schrijven aan je levensverhaal maak je contact met de zin van het leven. Door het verwoorden van je levensverhaal maak je een band met je Zelf én met het leven dat je omringt. Je bent – voor even – verleden, heden en toekomst. Je bent – voor even en voor eeuwig – verbonden met wie was, is en zal zijn. Je leven krijgt zin en betekenis in een groter geheel. Meer nog: je draagt met je leven bij aan de bron van levenszin waaruit ook anderen wijsheid putten.
In 2001 werden mijn ouders allebei tachtig jaar. Om dit heugelijke feit luister bij te zetten heb ik een vriend van mij gevraagd om hun levensverhaal op te nemen. Het resultaat is 130 minuten gesprek op twee Cd’s gebrand. Het eerste deel bestaat uit het levensverhaal van mijn moeder, haar ouders, haar jeugd, de oorlog, de bevrijding en de verkering met mijn vader.
Het tweede deel gaat over het leven van mijn vader. Het gezin waar hij deel van uitmaakte, zijn schooltijd, natuurlijk ook de oorlog en zijn onderduiktijd. Het derde deel gaat over hun leven samen, de beslissing om naar Curaçao te gaan, een gezin te stichten, terug naar Nederland te gaan en tenslotte een vooruitblik op de laatste fase. Rode draad in deze levensverhalen is kiezen. Ook onder moeilijke omstandigheden kunnen keuzes gemaakt worden. De mate waarin je in staat bent om eigen keuzen te maken, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, bepaalt je welbevinden. Ik heb mijn ouders deze cd’s cadeau gedaan, maar ook mijn broers en zuster hebben deze gekregen, alsmede alle kleinkinderen. Ons familieverhaal is hiermee vastgelegd voor het nageslacht. Veel verhalen kende ik al, maar met name over de oorlog vertelden mijn ouders meer dan ik ooit te horen heb gekregen.
Onlangs kwam ik er achter dat onze oudste zoon een aantal jaren heeft gecorrespondeerd met mijn moeder. Hij is die correspondentie gestart toen hij pas het huis uit was om als beginnend student een zelfstandig bestaan op te bouwen. In zijn brieven liet hij mijn moeder meeleven met zijn ervaringen. In ruil hiervoor schreef mijn moeder over haar leven als achttienjarige. Deze briefwisseling is bewaard gebleven en zowel mijn zoon als mijn moeder hebben ingestemd met het in de familie openbaar maken van de inhoud van deze correspondentie. Volgens mij is de relatie tussen grootouders en kleinkinderen een hele speciale. Nu al kunnen veel vrouwen blijven werken omdat hun moeder op de kinderen past. De betekenis van grootouders is groeiende en zal niet zonder maatschappelijke gevolgen blijven.
De laatste jaren heeft mijn moeder te kampen met allerlei gezondheidsproblemen. Vooral haar korte termijngeheugen laat haar in de steek. Wij hebben in ons gezin besloten om daar geen drama van te maken. Mijn moeder is een optimistisch mens gebleven. Mijn vader is haar steun en toeverlaat. Hij zorgt voor haar. Laatst zei ze tegen mij dat ze niet bang is om alles te vergeten. “Als ik het niet meer weet speel ik de CD af en dan weet ik het allemaal weer”.
Friso Teerink
Etty Hillesum wordt geboren op 15 januari 1914 in Middelburg. In 1932 vertrekt Etty naar Amsterdam om daar rechten en Slavische talen te gaan studeren. Tijdens haar studie komt ze in contact met Julius Spier. Voor Etty is Julius de grote liefde en tevens haar leermeester. Spier die in haar dagboek 'S' wordt genoemd adviseert haar het dagboek te schrijven om haar innerlijke veranderingen te registreren. In 1942 krijgt Etty een baan bij de Joodse Raad. In augustus komt haar oproep voor Westerbork. Etty vertrekt naar Westerbork waar ze doorgaat met sociale activiteiten. Op 7 september 1943 wordt ze op transport naar Auschwitz gesteld. Haar unieke nalatenschap, het dagboek, wordt in 1981 gepubliceerd. Een fragment hieruit:
’We liepen eerst als vrolijke toeristen door een zonnige, mooie stad. Zijn hand ving steeds weer de mijne onder het lopen en ze hadden het zo goed samen, onze handen. En toen ik op een gegeven moment heel erg moe werd en het toch wel even een eigenaardige gewaarwording was, dat je in geen van die trams in die grote stad met z'n lange straten mocht gaan zitten en ook niet even op een terrasje, toen dacht ik, ik dacht het eigenlijk niet, maar het leefde ergens in me: door de eeuwen heen zijn de mensen moe geweest en hebben zich hun voeten op Gods aarde kapot gelopen, in kou en in warmte en het hoort ook bij het leven.
Dat is de laatste tijden steeds sterker bij mij: tot in m'n kleinste dagelijkse handelingen en gewaarwordingen sluipt een vleugje eeuwigheid. Ik ben niet alléén moe of ziek of treurig of angstig maar ik ben het samen met miljoenen anderen uit vele eeuwen en het hoort bij het leven en het leven is toch schoon en het is ook zinrijk. Het is zelfs zinrijk in z'n zinloosheid.
En ook dit: door z'n eigen zwaktes en ontoereikendheden te leren kennen en te aanvaarden, vergroot men zijn kracht.
Ach, we hebben het toch immers allemaal in ons, God en hemel en hel en aarde en leven en dood en eeuwen, vele eeuwen. Een wisselend decor en handeling van de uiterlijke omstandigheden, en men moet beginnen bij zichzelf, iedere dag opnieuw bij zichzelf.
Het leven en het sterven, het lijden en de vreugde, de blaren aan de kapot gelopen voeten en de jasmijn achter mijn tuin, de vervolgingen, de ontelbare zinloze wreedheden, alles en alles, het is in me als één krachtig geheel en ik aanvaard alles als één geheel en begin steeds beter te begrijpen, zomaar voor mezelf, zonder dat ik het nog aan iemand zou kunnen uitleggen, hoe het alles in elkaar steekt.
Ik zou lang willen leven, om het later allemaal nog eens te kunnen uitleggen en als me dat niet vergund is, welnu, dan zal een ander het doen en dan zal een ander mijn leven verder leven, daar waar het mijne is afgebroken en daarom moet ik het zo goed en zo volledig en zo overtuigd mogelijk leven tot de laatste ademtocht, zodat diegene, die na mij komt niet helemaal opnieuw hoeft te beginnen en het niet meer zo moeilijk heeft... Is dat ook niet iets doen voor het nageslacht?’
Uit: Etty Hillesum, Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 1941-1943.

