Klik op de tekst om het item te bekijken.
De meeste mensen denken bij een biografie aan een chronologisch verslag. Ze proberen van jaar tot jaar beschrijven wat er gebeurd is. Helaas levert dat niet altijd een sprankelend verhaal op. Het gevaar ligt op de loer dat er een opsomlijst uitrolt met een globale beschrijving van de gebeurtenissen. Veel meer perspectief biedt de thematische methode of anders gezegd: probeer enkele onderwerpen nader uit te werken. Deze methode is makkelijker, levert veel meer persoonlijke informatie op en heeft ook meer oog voor interessante persoonlijke details. De beschreven onderwerpen kunt laten altijd nog in een tijdskader plaatsen, zodat u toch een chronologisch verslag krijgt.
Vragen en nog eens vragen
Als u de plaats of straat wilt beschrijven waar u geboren bent, kunt u uw ideeën, ervaringen, gevoelens en gedachten een handje helpen door enkele voor de handliggende vragen de revue te laten passeren. Welke spraakmakende mensen woonden in uw straat? Wat maakte hen zo bijzonder? Welke buurman of buurvrouw staat u nog helder voor uw geest? Met wie speelde u in die tijd? Hoe is de straat in de loop der jaren veranderd? Waar was u toen die ene onvergetelijke gebeurtenis plaatsvond? Waar keek u elk jaar naar uit? Met andere woorden: u gaat op zoek naar de meest saillante items, de meest bijzondere mensen, de hoogte- en de dieptepunten uit die tijd. Dat maakt het lezen van uw verslag extra de moeite waard. Schrijven is immers vragen en doorvragen. U interviewt als het ware uzelf. De hieronder opgesomde lijst met vragen is slechts een eerste aanzet om uzelf de techniek van het vragenstellen eigen te maken. De lijst is zeker niet uitputtend. U kunt er gerust nog onderwerpen bij verzinnen.
Over personen
Welke invloedrijke personen kunt u zich herinneren uit uw kindertijd? Wie was uw favoriet? Waarin blonk hij/zij uit? Wie heeft een onuitwisbare indruk op u gemaakt?
Over vakanties
Wat waren uw favoriete vakanties? Waarom kunt u zich deze nog goed herinneren? Welke vakantie zou u zo weer over willen doen en waarom? Welke uitstapjes kunt u zich herinneren? Hoe was het vervoer naar de vakantiebestemming geregeld? Wie gingen ermee? Wie heeft u ontmoet?
Over familie, vrienden en kennissen
Met wie speelde u vroeger? Wat deed u toen? Had u een beste vriend of een hartsvriendin? Hoe was de relatie met uw broers of zussen? Wat zijn/waren hun dominante karaktertrekken? Wie zult u nooit meer vergeten? Wie was uw eerste jeugdliefde? En wie volgden er? Hoe heeft u uw echtgenoot, echtgenote of partner leren kennen?
Over tv en radio
Welke televisieprogramma’s kunt u zich nog herinneren en wat vond u er zo leuk aan? Welke radioprogramma’s? Welke films? Welke lokale, regionale en internationale gebeurtenissen uit die tijd hebben een onuitwisbare indruk op u gemaakt?
Over werk
Waar heeft u gewerkt? Wat voor werk deed u toen? Wie waren uw collega’s/vrienden op het werk? Wat was uw grootste prestatie? Welke blunder zult u nooit vergeten? Over dieren Had u vroeger een hond of een kat? Hoe zagen ze eruit? Hoe heetten ze? Wie liet ze uit?
Over hobby’s en vrije tijd
Welke top vijf favoriete films kunt u samenstellen? Waarom spraken deze films u erg aan? Welke singles, cassettes, langspleelplaten of cd’s heeft u helemaal plat gedraaid? Kent u nog delen van songteksten? Welke boeken of tijdschriften las u in die tijd? Welke sporten heeft u beoefend? Wat waren uw belangrijkste sportprestaties? Van welke verenigingen bent u lid geweest?
Over de maatschappij
Wie stonden aan het roer destijds? Op wie stemde u? Wie waren uw maatschappelijke voorbeelden (lokaal, regionaal, internationaal?) Hoe belangrijk was religie voor u? Welke politieke, religieuze of maatschappelijke ontwikkelingen en gebeurtenissen hebben grote indruk op u gemaakt?
Over hoogtepunten en dieptepunten in uw leven
Welke gebeurtenissen en welke mensen hebben een grote invloed gehad op uw leven? Aan wie of waaraan denkt u nog met veel plezier terug. Wat hoopt u nooit meer mee te maken? Over school en opleiding Op welke school heeft u gezeten? Welke meester of juf kunt u zich nog herinneren? En waarom? Wat was uw favoriete vak? Waar kunt u nog van wakker schrikken? Welke avonturen heeft u in uw schooltijd beleefd? Wie of wat zult u nooit vergeten?
Over verkeer en vervoer
Welke auto’s heeft u gereden? Welke andere vervoersmiddelen had u? Hoe ging u naar school, werk of anderszins?
TIP
Schroom niet om de diepte in te gaan, de juiste gevoelsnaar te raken of juist minder interessante ‘antwoorden’ weg te laten. Dat doen doorgewinterde schrijvers immers ook. Schrijven is immers ook schrappen.
1. Schrijf eenvoudig
Eenvoudige woorden in eenvoudige zinnen bereiken meer lezers dan een te lange ingewikkelde zin met moeilijke woorden. Het doel van wat voor tekst dan ook is de aandacht van de lezer vast te houden. Daarom: wissel lange zinnen af met korte zinnen. Zinnen worden vaak te lang door het toevoegen van bijzinnen. Een vuistregel is dat een zin maximaal één bijzin mag bevatten.
2. Schrijf in de tegenwoordige tijd
Om de lezer betrokken te houden bij je verhaal is het verstandig in de tegenwoordige tijd te schrijven. De verleden tijd schept afstand.
3. Schrijf in de actieve vorm
Gebruik zo weinig mogelijk passieve constructies (de lijdende vorm). Dit is een taalvorm die de handeling vertraagt.
Vermijd ook overmatig gebruik van woorden als ‘hebben’ en ‘zijn’. Ze worden vaak gebruikt samen met ‘worden’ en leiden dus tot de lijdende vorm. Je herkent de lijdende vorm vaak in lange ingewikkelde zinnen, omdat deze werkwoorden het toestaan het hele onderwerp in één zin te behandelen.
4. Gebruik actieve werkwoorden
Beter is: 'Hij werkte meer dan 60 uur per week' dan 'Zijn werkweek bestond uit meer dan 60 uur.'
Beter is: 'Zij stond altijd voor ons klaar' dan 'Zij heeft altijd voor ons klaargestaan'.
Het zijn maar kleine verschillen, maar als alle zinnen onnodig lang geformuleerd worden (beter is: maar als u alle zinnen onnodig lang formuleert) komt dat de leerbaarheid van de tekst niet ten goede.
5. Vermijd (dubbele) ontkenningen
Dubbele ontkenningen maken zinnen nodeloos lang en ingewikkeld. Doordat de ene ontkenning de andere opheft dwing je de lezer tot een extra inspanning. Omdat die nodeloos is, kun je haar beter vermijden. Dubbele ontkenningen verdwijnen simpel door de beide ontkenningen tegen elkaar weg te strepen: niet-onbelangrijk = belangrijk.
6. Vermijd de tangconstructie
De tangconstructie is een zinsbouw waarbij delen van de zin die bij elkaar horen, ver van elkaar verwijderd staan.
7. Vermijd een te lange aanloop
'Hoewel ik niet helemaal er niet helemaal zeker van ben dat hij ook in de oorlog ondergedoken is geweest bij boer Gerritsen in Ruinen, kan ik ...' is zo'n voorbeeld van een lange aanloop. U kunt deze zin eenvoudig in stukjes hakken. Hoe? 'Ik ben er niet helemaal zeker van dat hij in de oorlog ondergedoken is bij boer Gerritsen in Ruinen. Toch denk ik ....' Kortere zinnen zijn veel makkelijker te lezen én te onthouden.
8. Gebruik geen 'gezwollen' taal
Ouderwetse taal - stadhuistaal, ambtenarentaal, formulierentaal - die vaak gekenmerkt wordt door pompeuze woorden en zinloze uitdrukkingen, komt overdreven over: zulks = dat, reeds = al.
9.Gebruik zo min mogelijk lange woorden
Lange woorden zijn vaak samenstellingen. Dat betekent dat je ze doorgaans gemakkelijk kunt opsplitsen
Nodeloos lang zijn ook de zgn. voorzetsel-uitdrukkingen. Dat zijn ambtelijke formuleringen met onnodig veel woorden, die bij veel wetenschappers zeer populair zijn. Ze zijn meestal gemakkelijk te vervangen.
- Desalniettemin = toch
- Dienovereenkomstig = net zo
- In de trant van = als
- In geen geval = nooit
- Met als resultaat dat = zodat
10. Gebruik zo min mogelijk jargon
Vakjargon of vaktaal is een bron van ergernis voor lezers. Voor wetenschappers onderling is vaktaal vaak functioneel; ze begrijpen onmiddellijk en exact wat een vakgenoot bedoelt. In artikelen voor niet-vakgenoten moet je vaktaal echter vermijden.
De één is een vlotte schrijver en heeft zo een kantje vol geschreven, de ander heeft ruim een half uur nodig voordat de eerste paar zinnen op papier staan. Iedereen schrijft op een andere manier . Schrijven over gevoelige, moeilijke of pijnlijke herinneringen is lastiger dan schrijven over prettige en plezierige herinneringen. Een aantal algemene schrijftips om eenvoudig tot een boeiend verhaal te komen.
1. Verhalen rondom een thema
Over het algemeen is het gemakkelijker korte verhalen te schrijven dan allesomvattende lange verhalen. Probeer in plaats van een verhaal van a tot z, kortere verhalen te schrijven rondom een bepaald thema uit uw jeugd. U kunt bijvoorbeeld (als dat natuurlijk van toepassing is) schrijven over uw herinneringen tijdens de oorlog, het lidmaatschap van de Jeugdstorm, het vertrek naar Duitsland na Dolle Dinsdag, de internering in kampen, de gevangenschap van uw ouders, opvang in een pleeggezin, hoe de keuze van uw ouder(s) heeft doorgewerkt in uw verdere leven, enzovoorts. Door kleinere verhalen te schrijven blijft het schrijven behapbaar en meer gestructureerd.
Een ander voordeel is dat de verhalen die specifiek geschreven zijn rondom een thema, gemakkelijker op het Open Archief te vinden zijn door mensen die specifiek een verhaal willen lezen over dat thema.
Bijvoorbeeld: bezoeker A schrijft in totaal drie verhalen naar aanleiding van zijn herinneringen. De verhalen gaan respectievelijk over het lidmaatschap van de Jeugdstorm, de bezoekersregeling in kamp Vught ten tijde van de internering van zijn vader en de schoolperiode tijdens en na de oorlog.
De vader van bezoeker B heeft na de oorlog geïnterneerd gezeten in Kamp Vught. Zij wil graag iets lezen over herinneringen van anderen aan de bezoeken aan ouders en gaat op zoek naar die verhalen. Bezoeker B kan op een gemakkelijke manier het verhaal van bezoeker A terugvinden over de bezoekersregeling en hoeft niet per sé de andere herinneringen te lezen.
2. Herinneringen ophalen
De basis van uw verhaal zijn uw herinneringen, eventueel aangevuld met feitelijke historische gegevens. Om herinneringen op te roepen helpt het om bijvoorbeeld uw ouderlijk huis voor de geest te halen of om een bepaald voorwerp van vroeger in gedachten te houden. Welke associaties, gevoelens, beelden, geuren en herinneringen komen naar boven? Probeer scènes uit uw verleden op papier te zetten. Dit kan eventueel in eerste instantie door middel van trefwoorden zijn.
Ook het doornemen van een fotoalbum van vroeger of het bekijken van enkele foto’s kan helpen jeugdherinneringen naar boven te halen.
3. Schrijven in de derde persoon
Het kan heel moeilijk of emotioneel zijn om bepaalde beelden van vroeger weer voor ogen te zien. Nog moeilijker is het om deze te beschrijven en er een lopende tekst van te maken. Soms kan het helpen om de beelden en herinneringen niet vanuit uw perspectief (de ik-vorm) te schrijven (u voelt de pijn, het verdriet of de angst) maar vanuit de hij/zij-vorm. Op deze manier creëert u enige afstand om zodoende gemakkelijker iets op papier te krijgen.
4. Feitelijke informatie
Om herinneringen op te laten roepen kan het helpen om in eerste instantie heel feitelijke informatie op te schrijven. Het beschrijven van uw gezinssituatie, woning en woonomgeving, werk van vader, de bezigheden van moeder, de karakters van vader en moeder, het schoolgebouw, familieleden, enzovoorts. Deze feitelijke informatie geeft het verhaal een basis die verder ingevuld kan worden met herinneringen aan specifieke gebeurtenissen.
5. Chronologie
Om een duidelijke structuur aan te houden kunt u uw verhaal rondom een thema het beste chronologisch vertellen. Eerst was er dit en toen gebeurde er dat.
6. Historische achtergrondinformatie
Op het Open Archief vindt u uitgebreide historische achtergrondinformatie, geschreven door historicus Chris van der Heijden. Deze informatie is mede bedoeld om auteurs een aantal thema’s aan te reiken die veelal een rol spelen in de jeugdherinneringen van ‘kinderen van foute ouders’. Op deze manier kunt u ook herinneringen ophalen en ze in een bredere context plaatsen.
Ook kunt u op het Open Archief lezen hoe u onderzoek naar uw familiegeschiedenis kunt beginnen.
7. Trefwoorden, plaatsnamen en jaartallen
Om als bezoeker van de site te kunnen zien waar en wanneer een verhaal zich afspeelt en waarover het gaat, kunnen auteurs hun verhaal trefwoorden meegeven, en aangeven in welke plaats(en) en in welk (of welke jaren) hun verhaal zich afspeelt.
Trefwoorden kunt u toevoegen door te klikken op 'bewerk de pagina', en dan 'kies trefwoorden' (in de bovenbalk).
U kunt dan ook klikken op '+ is in' klikken. In het scherm dat verschijnt kunt u een plaats of regio opzoeken of toevoegen. Onderaan uw verhaal staat 'wanneer speelde zich het af?', als u hier op klinkt kunt u het desbetreffende jaartal invullen. Als u alles hebt ingevuld, kunt u bovenin de pagina op 'bewaar pagina' klikken en is alles opgeslagen en te zien.
Bron: Open Archief, Ceciel Huitema
Ofschoon veel mensen er vaak anders over denken is schrijven is niet moeilijker dan praten. Amerikaanse schrijfcoaches zeggen dan ook altijd ‘Tell it to me’. Ga geen woorden gebruiken die u in de dagelijkse praktijk ook niet gebruik. Schrijf geen zinnen die veel langer zijn dan de zinnen die u normaal uitspreekt. Schrijf ook vooral door. In een gesprek denkt u ook niet voortdurend, wat zal ik gaan zeggen. In een latere fase kunt u altijd nog de puntjes op de i zetten of een woordje vervangen door een ander woordje. Aan het eind hoeft u zich ook pas te bekommeren om de spelling. Schrijven is vertellen op papier en iedereen kan vertellen, dus kan ook iedereen schrijven.
Veel plezier.
Het maken van een krant, album of poster is heel gemakkelijk en leuk. U kunt het alleen doen, maar ook uitstekend samen met bijvoorbeeld uw kinderen, broers of zussen. Zeker als u een beetje gestructureerd te werk gaat, hebt in een mum van tijd een prachtig geprint en afgewerkt document in handen. Een geschenk voor het leven!

De voorbereiding
Zoals zo vaak schuilt het geheim van het maken van een krant of album in een goede voorbereiding. Als u oude fotoboeken, dagboeken, schoolrapporten, verenigingsbladen en alles wat u kunt vinden over de ‘hoofdpersoon’ doorbladert, dan doet er verstandig aan deze informatie in aparte mapjes stoppen.
Voor de Levenskrant
Voor de levenskrant kunt u kiezen uit bijvoorbeeld de volgende onderwerpen/mapjes:
• recente foto’s
• baby- of kleutertijd
• ouders en grootouders
• jeugd en school
• huwelijk, ontmoeting met partner
• werk
• hobby’s
• anekdotes
Als u leuke ‘dingen’ tegenkomt die u niet in de bovenstaande thema’s kwijt kunt, maar die wel heel erg leuk zijn om in de krant te vermelden dan kunt deze natuurlijk zelf toevoegen. Dat geldt zowel voor foto’s als teksten (wetenswaardigheden/feiten/verhalen).
Voor het Levensverhaal
Voor het Levensverhaal kunt u alvast foto’s en teksten verzamelen over de volgende onderwerpen:
• baby- en kleutertijd
• ouders en grootouders, ouderlijk nest
huis en straat
• jaren ’20 t/m ’90, afhankelijk van de leeftijd van het geboortejaar
• school (klassenfoto), opleiding
• werkzaamheden
• hoogtijdagen, bijzondere gebeurtenissen
• ontmoeting met echtenoot/echtgenote, partner, gezin, familie, familietrekjes
• vrije tijd, hobby, vakantie, sport, huisdieren
• tegenwoordige tijd en toekomstplannen
• aanleiding voor het levensverhaal (voorwoord)
Ook nu is het raadzaam om de informatie per onderwerp in mapjes te rubriceren.
Historisch Familiealbum
Het is handig om gegevens en foto’s bij de hand te hebben van de hoofdpersoon en partner, hun kinderen en kleinkinderen, hun ouders en grootouders.
Stamboomposter nageslacht en voorouders
Het is handig om gegevens en foto’s bij de hand te hebben van de hoofdpersoon en partner, hun kinderen en kleinkinderen, hun ouders en grootouders.
Stamboomposter voorouders / kwartierstaat
Het is handig om gegevens bij de hand te hebben van de hoofdpersoon (met foto), de ouders (met foto), de grootouders (met foto) en overgrootouders. Als u wilt kunt u nog twee generaties verder terug gaan in de tijd. U heeft dan alleen de namen van deze personen nodig
De productie: in zes eenvoudige stappen naar een prachtig product
Stap 1
Klik op de het product dat u wilt gaan maken. Ga naar: ‘Ga direct aan de slag’ en klik op ‘Maak online uw …’ Vul de gegevens van de hoofdpersoon in en klik op ‘verder gaan’. Vul de gevraagde gegevens zo nauwgezet mogelijk in en gebruik hoofdletters op de plek waar dat moet (bijvoorbeeld: Jan de Boer, en niet: jan de boer). Deze gegevens worden namelijk in het product dat u gaat maken op die manier voorgedrukt.
Stap 2
U kunt nu de krant gaan maken (u zit in de productiemodule). Op grond van de gegevens die u onder stap 2 heeft ingevuld is al de nodige informatie vergaard en in de krant geplaatst. Aan u om de persoonlijke gegevens en beelden van de hoofdpersoon aan het product toe te voegen. U kunt de beelden eenvoudig vergroten en verkleinen door op + en – te drukken. Ook kunt u hiermee een tekst- of beeldkader op de voorgrond plaatsen. Probeer deze toetsen gerust even uit, er kan niets fout gaan.
Stap 3
Zoals alles aan dit programma is het uploaden van een foto zeer gemakkelijk. Klik op een van de fotokaders en ga naar het fotobestand in uw computer. Klik dit bestand vervolgens aan en binnen enkele seconden verschijnt de foto in het venster. U kunt deze foto zelf aanpassen (verkleinen, vergroten en verschuiven) door op de buttom ‘bijknippen’ te klikken.
Stap 4
Plaats een bijschrift bij de foto’s. Probeer zoveel mogelijk het lettertype aan te houden dat in de krant gebruikt wordt, dan weet u zeker dat het eindresultaat er goed uitzien. De kop ‘Herman Jansen 75 jaar’ is natuurlijk zeker zo goed als ‘Herman Jansen viert zijn 75ste verjaardag’ Een goede kop is bijna altijd kort en bondig. Mocht het absoluut niet lukken om het in weinig woorden te zeggen, dan kunt u via de buttom ‘Opties’ nog altijd de lettergrootte aanpassen.
Stap 5
Sommige teksten moet uzelf invullen, maar in veel producten zijn ook al heel wat tekstblokken ingevuld. Deze informatie wordt automatisch door Mijnleven.me gegenereerd. Dat bespaart u veel tijd en verlevendigt het verhaal aanzienlijk. Meestal kunt u deze automatisch gegenereerde tekstblokken ook zelf aanvullen en wijzigen. Ga bijvoorbeeld naar Google, tik bijvoorbeeld ‘hoogtepunten jaren 60, 70 of 80’ in en u zult zien dat u in een mum van tijd heel aardige weetjes kunt opnemen in de krant. Let op: dat geldt niet voor de foto’s die op het internet staan, want die hebben doorgaans een te kleine resolutie (aantal pixels) om afgedrukt te worden. Foto’s en gescande illustraties moeten minmaal 500 kb zijn om goed geprint te kunnen worden.
Stap 6
Sla regelmatig de door u ingevulde gegevens op. Dat voorkomt teleurstelling als de computer of het internet het laat afweten.
De afronding
Als kroon op uw werk kunt u uw productie laten printen/drukken op luxe papier. De krant wordt en netjes afgewerkt. Klik daarvoor op de buttom ‘Opslaan' en vul de benodigde gegevens in. Daar kunt u op de buttom 'Bestel' klikken.
Heeft u ook een vraag? Mail naar helpdesk@vangorcum.nl. We proberen u dan zo snel mogelijk te helpen
Veel gestelde vragen en antwoorden
De naam van de hoofdpersoon komt niet geheel in de kop van de krant. Hoe zit dat?
Als u de voornaam en achternaam goed heeft ingevuld in het invulscherm komt die in het echte product ook goed in beeld. Op uw scherm is dat soms niet het geval.
Wat moet ik waar schrijven?
Op de plekken waar u zelf een tekst in moet vullen, ziet u een voorbeeldtekst. Daarin worden suggesties gegeven over welk onderwerp u in dit tekstblok kunt schrijven. U kunt op deze plek zelf dan uw eigen tekst schrijven.
Welke foto moet ik uploaden?
In de grijze fotokaders kunt u zelf een foto plaatsen. In de bijschriften wordt een suggestie gegeven wat voor foto u hier kunt plaatsen. U kunt zelf het bijschrift met uw eigen tekst aanpassen.
Ik wil een foto vergroten en verschuiven, kan dat?
Eigen foto’s en sommige vaste foto’s kunt u zelf heen en weer schuiven om ze zo mooi mogelijk in beeld te brengen. U kunt ze ook vergroten of verkleinen.
Kan ik vaste teksten vervangen door eigen teksten?
Sommige vaste teksten kunt u wijzigen in eigen teksten. Denk bijvoorbeeld aan een persoon zonder partner of zonder kinderen in het Historisch Familiealbum. U kunt dan de tekst aanpassen en een eigen tekst schrijven. In plaats van een foto van de partner kunt u een extra foto van deze persoon plaatsen.
Kan ik vaste foto’s vervangen door eigen foto’s?
Sommige vaste foto’s kunt u vervangen door eigen foto’s. U kunt bijvoorbeeld bij het Levensverhaal zelf foto’s plaatsen over de hoofdpersoon aan het werk, in plaats van de vaste foto’s.
Wordt het product precies zo als op het beeldscherm?
Het eindproduct wordt ongeveer zoals op uw beeldscherm, alleen dan nog iets mooier.
De nieuwsteksten op pagina 3 van de Levenskrant lopen buiten het kader. Hoe kan dat?
Het lettertype in de echte geprinte Levenskrant wijkt iets af van het lettertype op uw beeldscherm. In uw geprinte Levenskrant worden deze teksten wel in zijn geheel afgedrukt.

